Welzijnsbescherming

VERENIGINGSWERK - WELZIJNSBESCHERMING

Artikel 1 – Toepassingsgebied

Deze bijlage regelt de concrete rechten en plichten van de partijen inzake de welzijnsbescherming die voortvloeien uit de artikelen 10 en 11 van de Wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie.

Deze bijlage vormt een integraal bestanddeel van de overeenkomst inzake het verenigingswerk dat tussen Sparta en de verenigingswerkers werd gesloten. In geval van beëindiging van deze overeenkomst eindigt deze bijlage eveneens van rechtswege.

Artikel 2 – Algemene afspraken

De vereniging treft de nodige maatregelen ter bevordering van het welzijn van de verenigingswerkers, en past hierbij de algemene preventiebeginselen toe, en dit conform artikel 10 van de Wet van 18 juli 2018. De verenigingswerker bevestigt van deze beginselen op de hoogte te zijn gesteld.

In deze context omvat deze bijlage een verdere uitvoering van deze basisbeginselen, waarbij de verenigingswerker op de hoogte wordt gesteld van enerzijds de belangrijkste welzijnsrisico’s verbonden aan diens activiteiten als verenigingswerker, en anderzijds de toepasselijke instructies ter voorkoming of inperking van deze risico’s.

Deze afspraken dienen door beide partijen te worden gerespecteerd.

Vermits de verenigingswerker in uitvoering de overeenkomst betreffende het verenigingswerk wordt aangesteld als trainer, begeleider of coördinator, wordt deze op de hoogte gesteld van volgende welzijnsrisico’s verbonden aan deze activiteit:

  • Het oplopen van sportblessures of analoge letsels, waaronder knie-, enkel- en spierblessures;
  • De blootstelling aan risico’s op het traject van en naar de plaats van uitvoering van het verenigingswerk;
  • Plotselinge medische risico’s waaronder hartfalen, hartritmestoornissen…;
  • Fysieke en verbale incidenten tussen personen (leden van de vereniging, sporters, vrijwilligers, verenigingswerkers, al dan niet derden);
  • De blootstelling aan agitatie, oproer of analoge incidenten naar aanleiding van een bepaalde sportmanifestatie of –activiteit;
  • De blootstelling aan veiligheidsrisico’s verbonden aan mogelijke defecten aan apparatuur, infrastructuur, toestellen of blootstelling aan natuurelementen;
  • De blootstelling aan bijtende of inwerkende producten (vloeibaar, gas, vaste stoffen, …) op huid, ogen, ademhaling en/of analoge risico’s;
  • De blootstelling aan plotseling onvoorzienbare incidenten;
  • De blootstelling aan uitlatingen of confrontatie met uitlatingen van seksistische of racistische aard, of analoge beledigingen;
  • De blootstelling aan persoonsgebonden risicofactoren afhankelijk van de leeftijd, geslacht, lichamelijke kenmerken, genetische factoren, fysieke fitheid en trainingstoestand, gezondheidstoestand, mentaliteit en leefwijze;
  • Verhoogde gezondheidsrisico’s verbonden aan excessieve sportactiviteiten of analoge uitdagingen;
  • Verhoogde medische risico’s door de blootstelling aan extreme weersomstandigheden zoals hitte, koude, onweer of luchtvervuiling;
  • De blootstelling aan mogelijke risico’s door het gebruik van alcohol, drugs of analoge stimulerende middelen;
  • Verhoogde medische risico’s door het gebruik van medicatie in combinatie met sportbeoefening;
  • De blootstelling aan welzijnsrisico’s door de negatie van veiligheidsinstructies of –voorzieningen door derden;
  • Verhoogde risico’s omwille van taal- en cultuurbarrières;
  • De blootstelling aan vergelijkbare risico’s vervat in deze niet-limitatieve lijst.

Met het oog op het voorkomen en effectief bestrijden van deze risico’s, gelden volgende maatregelen:

  • De verenigingswerker dient alle nuttige maatregelen te treffen om het oplopen van sportblessures en/of analoge letsels te vermijden. Hierbij zal hij al zijn kennis en kunde aanwenden, zodat sportblessures worden vermeden. Zo dient in het bijzonder excessief sportgedrag te worden voorkomen en dienen alle toepasselijke instructies uitgaande van de vereniging of voorgeschreven door analoge reglementen van de KBVB strikt te worden toegepast;
  • De verenigingswerker verbindt zich ertoe om de instructies en richtlijnen van de daartoe bevoegde of gemandateerde personen strikt na te leven (scheidsrechters, bestuur van de vereniging, overheid…);
  • De verenigingswerker neemt alle nuttige maatregelen om risico’s op het traject van en naar de plaats van uitvoering van het verenigingswerk te voorkomen, in het bijzonder wanneer hij andere leden van de vereniging vervoert;
  • Bij plotselinge medische risico’s waaronder hartfalen, hartritmestoornissen… zal de verenigingswerker onmiddellijk hulp inroepen, en indien mogelijk zelf de nodige preventietechnieken toepassen;
  • Bij fysieke en verbale incidenten tussen personen (leden van de vereniging, sporters, vrijwilligers, verenigingswerkers, al dan niet derden) zal de verenigingswerker zich volledig afzijdig houden, tenzij een persoon effectief in nood verkeert. De verenigingswerker zal het bestuur van de vereniging onmiddellijk op de hoogte brengen van het incident;
  • Bij blootstelling aan agitatie, oproer of analoge incidenten naar aanleiding van een bepaalde sportmanifestatie of –activiteit, zal de verenigingswerker het bestuur van de vereniging hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen;
  • De verenigingswerker zal ervoor zorgen dat geen gebruik wordt gemaakt van apparatuur, infrastructuur, toestellen of andere hulpmiddelen die defecten of gebreken vertonen;
  • De verenigingswerker zal zijn activiteiten staken wanneer door blootstelling aan natuurelementen een verhoogd risico ontstaat;
  • De verenigingswerker treft de nodige voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van een blootstelling aan bijtende of inwerkende producten (vloeibaar, gas, vaste stoffen…) op huid, ogen, ademhaling of analoge risico’s (afsluiten lokalen, afsluiten verpakking, niet-verwijderen van waarschuwingen of signalisatie, …);
  • Bij blootstelling aan plotseling onvoorzienbare incidenten zal de verenigingswerker steeds als een goede huisvader optreden en dit ter voorkoming van risico’s of een verdere uitbreiding ervan;
  • Bij blootstelling aan uitlatingen of confrontatie met uitlatingen van seksistische of racistische aard, of analoge beledigingen, zal de verenigingswerker het bestuur van de vereniging hiervan onmiddellijk op de hoogte brengen;
  • Bij de bestrijding van welzijnsrisico’s houdt de verenigingswerker rekening met persoonsgebonden risicofactoren afhankelijk van de leeftijd, geslacht, lichamelijke kenmerken, genetische factoren, fysieke fitheid en trainingstoestand, gezondheidstoestand, mentaliteit en leefwijze;
  • De verenigingswerker tracht gezondheidsrisico’s verbonden aan excessieve sportactiviteiten of analoge uitdagingen te voorkomen;
  • De verenigingswerker tracht alle mogelijke risico’s door het gebruik van alcohol, drugs, medicatie of analoge stimulerende middelen te voorkomen. ;
  • Verhoogde medische risico’s door het gebruik van medicatie in combinatie met sportbeoefening;

Bij incidenten of risico’s waarvan hoger sprake, dienen volgende personen of organen van de vereniging onmiddellijk op de hoogte te worden gebracht:

  • Voorzitter Jos Steensels: 0498/53.17.99
  • Terreinverantwoordelijke Ludo Eerdekens, 0473/89.56.61

Wanneer de verenigingswerker oordeelt of vaststelt dat personen in nood verkeren en onmiddellijke bijstand behoeven, zal hij onmiddellijk (en zelfs bij twijfel):

  • de hulpdiensten verwittigen: telefoonnummer 100 of 101;
  • de nodige bijstand verlenen voor zover als mogelijk;
  • (medische) bijstand inroepen, mocht deze mogelijkheid aanwezig zijn (dokter, EHBO-hulpverlener).

De verenigingswerker bevestigt verder op de hoogte te zijn gesteld van de volgende middelen en/of hulpmiddelen ter verhoging van de veiligheid:

  • EHBO-kit op het secretariaat van de club;
  • Brandblussers of analoog brandwerend materiaal op het secretariaat.

Ter voorkoming en bestrijding van psychosociale risico’s (grensoverschrijdend gedrag) gelden volgende maatregelen:

  • Jongens en meisjes, dames en heren krijgen steeds gescheiden douches;
  • Douchen gebeurt nooit in het bijzijn van personen van het andere geslacht, tenzij het de partner of ouder betreft;
  • Alle spelers zien toe op een net en correct verloop bij het omkleden en het wassen en iedereen engageert zich ertoe om onregelmatigheden onmiddellijk te melden aan de trainer en de ploegafgevaardigde die het op hun beurt per direct melden aan het bestuur of de vertrouwenspersoon van de club.

Binnen dit kader werd op het niveau van de vereniging 2 vertrouwenspersonen aangesteld, met name Ludo Eerdekens (0473/89.56.61) en Nele Vanvoorden (0472/58.94.21) met volgende bevoegdheden:

  • Bevraging van betrokkenen bij vermoeden van psychosociale risico’s;
  • Bemiddeling tussen betrokkenen bij psychosociale risico’s,
  • Opstellen en opleggen van richtlijnen en gedragsregels voor de betrokkenen bij psychosociale risico’s;
  • Doorverwijzen van betrokkenen naar bevoegde instanties of hulpverleners;
  • Verwittigen van de nodige instanties bij noodsituaties.

Deze lijst is niet limitatief en wordt op ruime wijze geïnterpreteerd.

Artikel 3 – Verplichtingen van de organisatie

De organisatie verbindt zich ertoe de volgende preventiebeginselen in acht te nemen en toe te passen in haar werking:

  • Risicopreventie door de uitwerking van concrete preventieve maatregelen die zijn aangepast aan de specifieke activiteit;
  • Evaluatie van de mogelijke risico’s;
  • Bestrijding van risico’s door de oorzaak aan te pakken;
  • Proactief optreden ten aanzien van concrete risico’s;
  • Voorlichten en informeren van de verenigingswerker omtrent de aard van het werk en de daaraan verbonden risico’s;
  • Het vaststellen van begeleidingsmaatregelen ter naleving van de instructies en deze schriftelijk meedelen aan de verenigingswerker;
  • Voorzien van gepaste veiligheids- en gezondheidssignalisering tijdens het verenigingswerk indien risico’s niet voldoende voorkomen of beperkt kunnen worden;

Deze beginselen worden concreet omgezet in de volgende maatregelen.

  • De nadruk leggen op het belang van blessurepreventie op de verschillende niveaus;
  • Het inlichten en bijscholen van begeleiders omtrent blessurepreventie;
  • Het informeren van ouders en voogden omtrent blessures en risico’s die eigen zijn aan de specifieke sporttak;
  • Het voorzien van beschermende kledij/uitrusting die is aangepast aan de specifieke sportactiviteit;
  • Het inlichten van sportbeoefenaars en ouders omtrent het belang van aangepaste schoeisel en kledij;
  • Fluorescerende uitrusting voorzien indien sport op de openbare weg wordt beoefend;
  • Het verwijderen van verouderd materiaal;
  • Het onderhoud van het sportmateriaal;
  • Het voorzien van voldoende water bij sportactiviteiten;
  • Het voorzien van voldoende verlichting in de sporthal/ op het sportterrein ter voorkoming van sportongevallen;
  • Het voorzien van markeringen op het terrein indien verhoogde risico’s zijn vastgesteld;
  • Het voorzien van aangepast EHBO-materiaal voor oudere sportbeoefenaars;
  • Het voorzien van voldoende begeleiders afhankelijk van de grootte en samenstelling van de sportgroep;
  • De aanwezigheid van een meerderjarige begeleider per sportgroep;
  • Het streng optreden in geval van agressie, fysiek en verbaal geweld, pesterijen en seksueel overschrijdend gedrag;
  • Het voeren van een preventief alcohol- en drugsbeleid;
  • Het creëren van een centraal aanspreekpunt voor sportbeoefenaars, begeleiders, trainers en ouders omtrent de naleving en de inhoud van het welzijnsbeleid.

Voorgaande lijst is niet limitatief.

De organisatie verbindt zich ertoe haar welzijnsbeleid aan te passen in het licht van de opgedane ervaring, de ontwikkeling van de begeleidingsmethoden of de begeleidingsomstandigheden.

De verantwoordelijkheid voor het welzijnsbeleid binnen de organisatie wordt waargenomen door Ludo Eerdekens. Hij regelt de implementatie van de bescherming en beschikt over de bevoegdheid om actief op te treden ter naleving van de preventiebeginselen.

Toekomstige verplichtingen die worden vastgesteld bij Koninklijk Besluit zullen geacht worden integraal deel uitmaken van deze lijst van verplichtingen.

Artikel 4 – Verplichtingen van de verenigingswerker

De verenigingswerker draagt naar best vermogen zorg voor de veiligheid en de gezondheid van zichzelf, alsook van andere betrokken personen. Hij/zij respecteert hierbij de volgende richtlijnen:

  • Het correct gebruik maken van de infrastructuur;
  • Het correct gebruik maken van de beschikbare veiligheidsmiddelen;
  • De naleving van de specifieke veiligheidsvoorzieningen;
  • De organisatie onmiddellijk op de hoogte brengen van iedere situatie waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid en de gezondheid met zich meebrengt, alsmede elk vastgesteld gebrek in de beschermingssystemen en de infrastructuur;
  • Het verlenen van bijstand aan de organisatie zolang dat nodig is, opdat zij ervoor kan zorgen dat het arbeidsmilieu en de arbeidsomstandigheden veilig zijn en geen risico’s opleveren voor de veiligheid en de gezondheid binnen hun activiteiten;
  • Op positieve wijze bijdragen tot het preventiebeleid binnen de organisatie in het kader van de bescherming van verenigingswerkers tegen geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk, en meer concreet door overleg met betrokkenen en ouders, het opsporen van pesterijen, onmiddellijk optreden ingeval van pestgedrag, pesterijen aankaarten in groepsverband, het toegankelijk zijn voor individuele gesprekken.
  • Zich onthouden van iedere daad van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag tijdens of naar aanleiding van het verenigingswerk;
  • Het oplossingsgericht omgaan met conflictsituaties binnen de sportgroep;
  • Het promoten van verscheidenheid en verdraagzaamheid binnen het verenigingsleven en de sport;
  • Het verduidelijken en de nadruk leggen op fair-play, het naleven van de spelregels en van de gedragsregels;
  • Het aanleren om op respectvolle wijze in onderlinge competitie te treden;
  • Zich onthouden van elk wederrechtelijk gebruik van de toepasselijke procedures;
  • Het omzetten in de praktijk en het evalueren van de voorschriften voor blessurepreventie en verantwoord sporten;
  • Het voorzien van een warming-up en cooling-down bij elke sportactiviteit;
  • Het rekening houden met fysieke begrenzingen specifiek voor elke sportbeoefenaar;
  • Het vermijden van zware krachtoefeningen voor jonge sporters;
  • Het correct gebruik van sportmateriaal en toestellen waarbij de veiligheidsvoorschriften scrupuleus worden nageleefd;
  • Het voldoende voorbereiden, evalueren en reflecteren van de sportactiviteiten;

Deze lijst is niet limitatief en wordt op ruime wijze geïnterpreteerd. Toekomstige verplichtingen die worden vastgesteld bij Koninklijk Besluit zullen geacht worden integraal deel uitmaken van deze lijst van verplichtingen.

Sparta Lille

  • Bosuilstraat 4 3910 Neerpelt,
    België.

  • 011/ 80 25 15

  • Website : spartalille@telenet.be

  • GC : sparta.lille@outlook.be

Volg Sparta Lille